Neuro cognitieve stoornis Flashcards

1
Q

prevalentie clinisch dementieel syndroom

A

ouderen

5% mensen ouder dan 65 heeft clinisch dementieel syndroom.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

expliciet geheugen

A

feiten, (episodische )autobiografische, algemene kennis (semantische geheugen)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

impliciete procedurele

A

fietsen, auto rijden etc. procedures die we leren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

waar in hersenen episodisch geheugen

A

vooral in temporale kwab - hippocampus

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Executieve functies > waar in hersenen

A

frontale kwab

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

welke functies verminderen bij GEZOND ouder worden?

A

Betekend niet veralgemeende cognitieve achteruitgang!

Zintuigelijk geheugen , procedurele =
blijft goed

episodisch , Aandacht, korte termijn, autobiografische , executieve functies =
gaat wel achteruit

Psychomotore snelheid: gaat achteruit

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

cristalised intelligence

A

semantische, feiten kennis blijft hetzelfde min of meer

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat is effect hersenveroudering?

A

Versmallen giri - hersen kronkels
Verbreding sulci - hersen grachten (zwarte)
Vergroting ventricels - holten in hersenen
Toename hyperintense afwijkingen
Witte stof letseltjes
Vermindering cel volume
Vermindering van verbindingen
Vermindering neuronen - aantal zenuwcellen (vooral bij demtiele toestandsbeelden)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

wat als er geen delier is?

A

Als er geen delier is >
uitgebreide neuro cognitieve stoornis
of beperkte dementie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is een delier?

A
KENMERKEN:
Bewustzijn stoornis 
Helderheid verminderd
Verminderd besef omgeving
Verminderde aandacht
Globale verandering cognitieve functies ook :
Geheugen, vooral korte termijn
Imprenting
Disorientatie in tijd en plaats soms 
Associatief droom achtig denken
Illusie 
Rusteloos
Slaapstoornis
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

hoe is het delier beloop?

A

vrij accuut , een paar uur begin en duurt een aantal dagen
Vaak flucturende ernst. Snachts het sterkst.
Delier evalueren over 24 uur

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat zijn de delier types:

A

Gemengd delier - 45%
Apathie en agitatie alterneren

25% Stil hypoalert: apatisch - teruggetrokken,

30% Geagiteerd en hyperactief: motorische onrust, perceptuele stoornis (hallucinaties, illusies) - bijv. Bij alchohol ontwennings

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat zijn oorzaken van delier?

A
Oorzaken:
Medicatie of bijwerkingen
Luchtweg of urine infectie -> zeer frequent
Cardio-vasculaire aandoeningen
Cerebro- vasculaire 
Metabole stoornissen
Urineretentie - niet kunnen plassen 
Indikking of verharding faeces - niet naar toilet kunnen, verhard en amoniac komt vrij. Constipatie kan probleem zijn. 

Delirium tremens > alcohol ontwenning delier

Sensorische deprivatie > bij intensive care vaak. Deprevatie van sersorie, tl lampen, geen idee van tijd , geeft mee aanleiding tot delier.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is de prevalentie van delier?

A

Ouderen op intensive care : 80% > ZEER HOOG
In algemeen ziekenhuis is zeer frequent aanwezig

Teminale patienten ook 80%

Kinderen 4% prevalentie op intensive care

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

bij welke ziekten is bewustzijn niet gestoord?

A

Bewustzijn is niet gestoord bij dementie en alzheimer of NCS

dus anders dan delier
want bij delier bewustzijn gestoord!

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

acute psychose is anders dan delier want

A

Bewustzijn en geheugen normaal

17
Q

Lewy bodies anders dan delier want

A

Lewy bodies dementie : visuele hallucinatie , parkinsonisme, bewustzijn normaal

18
Q

Charles bonnet is anders dan delier want

A

visuele hallucinatie, realiteitsbesef intact, eenvoudige en complexe hallucinaties, matige visus stoornin, helder bewustzijn

19
Q

wat is UITGEBREIDE NEURO COGNITIEVE STOORNIS?

A

dementie

DSM-5
Significante cognitieve achteruitgang
1 of meer cognitieve domeinen

Die de persoon zelf kan merken, die zijn omgeving ook merkt en zorgverlener. Die je ook in neuropsychologisch test onderzoek kan zien.

Beginnende dementie: gevolgen vergeetachtigheid niet kunnen opvangen, terugdenken, weet niet meer waar je geweest bent of gedaan hebt.

Uitgebreide uitval: 2 of meer standaarddeviaties onder gemiddelde

20
Q

Beperkte neuro cognitieve stoornis:

A

Lichte coginitieve stoornis of achteruitgang
Zichtbaar in neuropsychologische testen

Onafhankelijk functioneren = niet belemmerd!

Beperkte uitval : 1-2 standaard deviaties onder gemiddelde

Cognitief deficit
Merkbaar zonder dementie

Overgang tussen normale ouderdom vergetachtigheid en dementie

Preklinische dementie

Verhoogd risico op dementie

10-15%

21
Q

dementie - cognitieve

A

Agnosie > kan dit een echt dier zijn of niet - is wat je ziet echt. Herkennen van visueel stimulus

Apraxie > niet kunnen natekenen > wel herkennen, maar zelf niet kunnen namaken

22
Q

wat zijn Neuro psychiatrische: BPSD

Gedrags stoornissen en psychiatrische bij dementie ?

A
Apathie
Psychose 
Agitatie
Agressie
> voornamelijk reden voor opname - aanleiding

Heel hardnekkige symptomen - agitatie kan meestal persisterend aanwezig blijven

Quality of life gaat achteruit

23
Q

depressie en dementie

A

depressie vaak al voor dementie

meer wisselend, meer prikkelbaar, meer sociale teruggetrokkenheid > niet veel correlatie ziekte inzicht en depressie. Mensen worden dus niet depressief door cognitieve achteruitgang.

24
Q

agressie en dementie

A

agressie vaak na dementie diagnose

25
Q

wanen en dementie

A

Wanen vaak eenvoudig :
diefstal wanen - is paranoide
achtervolgings

moet je differentieren van confabulaties (geheugen gaten opvullen met een verhaal) bij dementie

26
Q

hallucinaties en dementie

A

Hallucinaties : meer visueel dan auditief , vaak laattijdig in dementie proces

Behalve bij lewie body > vroeg !

27
Q

CAPGRAS =

A

denken dat iemand die je kent niet echt is, maar vervangen is door dubbel ganger. Dubbel ganger syndroom. Je bent niet echt mijn broer , maar een dubbel ganger.

28
Q

Fregoli =

A

verschillende mensen manifestatie van dezelfde persoon , die telkens zijn gedaante aanpast. Denken dat iemand van ambulante eigenlijk haar schoonbroer is maar vermomd is als ambulantie.

29
Q

Wat zijn functionele problemen dementie?

A

ADL = Functies activiteiten dagelijkse leven: alleen wassen, eten, aankleden, verplaatsen

IADL = Instrumentele activiteiten - de was doen, telefoon gesprek, medicatie gebruiken zelf

moelijker

30
Q

SPECIFIERS BIJ NEUROCOGNITIEVE STOORNIS - UITGEBREIDE:

A
Alzheimers
Lewy body desease
HIV
Substance use
Parkinson’s
31
Q

wat is de prevalentie van types dementie?

A

ALZHEIMER = 60% van dementiele toestandsbeeld
Vasculair = 15%
Lewy body = 15%

32
Q

ALZHEIMER kenmerken?

A

Zeer traag en sluipend
Episodisch - auto biografisch geheugen gaat als eerste achteruit

Gradient: recente info eerst verdwijnt, lang geleden het langst onhouden = wet van Ribot

Verwardheid
Gedrags veranderingen
wanen/ hallucinaties
Depressieve beelden
Hypo kinesie - verminderde beweging
Urine incontinentie

Beeldvorming van belang - bij alzheimer systematisch kijken naar hersen beeldvorming

Mri - structureel > kijken hoe structuur hersenen eruit ziet

Hypocampus > atrofieerd - wordt kleiner
Sulcus wordt groter

33
Q

alzheimer Pathofysiologische mechanismen hersenen:

A

amyloid plaques tussen neuronen (extra cellulair)
> in alzheimer veel amyloid aanwezig

neuronen kluwen (intra cellulair) - kan je vaststellen

34
Q

LEWY BODY kenmerken

A

Eiwit verdikkingen in hersencellen
DA en ACH productie verstoren

Sluipend en progressief
Dopamine functie stoornis > parkinsonisme
Vroeg levendige visuele hallucinaties - zeer kenmerkend dat het vroeg is
Aandachtsstoornissen
Geheugen op begin vaak nog goed

35
Q

VASCULAIRE DEMENTIE kenmerken

A

ADER verkalking - atherosclerose - vet ophoping in de wand van de bloedvaten, als dit heel uitgesproken is dan worden de wanden heel vatbaar voor scheurtjes.

Infarct: ofwel klontje in bloedvat > dan kan de hersenen geen bloed voorziening = ischemisch infarct - gebrek aan zuurstof toevoer

Of

Bloedvat scheurt > bloed komt in hersen weefsel = himmoragisch infarct > bloeding

Multi - infarct > vaak heel kleine infarcten - vaak bij dementie - witte stof letsels

36
Q

symptomen specifiek vasculaire dementie

A

DSM-5:

Aandacht valt uit - ook verwerkingssnelheid
Executieve functies
Ook vasculaire afwijking

door:
Hyper tensie - hoge bloeddruk
Roken
Hart infarct
Diabetes
Hartritme stoornis

Lichamelijke aandoeningen die verhoogd risico hebben op vasculaire schade - infarct > je moet een risico factor hebben

37
Q

FRONTO TEMPORALE dementie

A

Sluipend en progressief
Executieve functies
Aandacht verminderd
Woordvlotheid ook verminderd

Gedrags variant= komt meest voor, frontale ontremming, verlies emphatie, hyperotaliteit (meer praten, meer dingen in mond steken), decorum verlies (dingen zeggen en doen die niet fatsoenlijk zijn, vreemde opmerkingen)

Taal variant = minder vaak , non-fluente afasie (taal expressie) , logopene afasie (stoornis in woordvinding) , semantische dementie - vooral object herkenning en begrip

38
Q

Wat is Transient Global amnesia?

A

Uitzonderlijk

Voorbijgaande globale amnesie
Vaak op spoed - ontreddend
Accuut - uren tot een paar dagen
Mensen weten niks meer 
Vaatspasmen
50-80 jaar
Weten niet wat of wie ze zijn

Prevalentie niet heel hoog