hinterlassen
nalaten, achterlaten
vor allem
in de eerste plaats
nach wie vor
nog steeds
darüber hinaus
bovendien
sogar
zelfs
sich befassen mit
zich bezighouden met
befassen
belasten
anormal
abnormaal
es liegt auf der Hand
het licht voor de hand
fern
ver(af) (vandaan)
das Weib
wijf
klatschen
roddelen, (handen) klappen, smijten
der Klatsch
klap, geklets
der Haufen
hoop, menigte
der Schotter
grind
schalten
schakelen
schelten
schelden
der Saft
sap
ablecken
aflikken
galant
hoffelijk
redegewandt
welbespraakt
zerpflücken
uit elkaar plukken
der Penner
slaapkop
jemand anschreien
tegen iemand schreeuwen