acquérir
verwerven
conquérir
veroveren
requérir
eisen
abattre
afmaken, omhakken
battre
slaan, verslaan
se battre
vechten
combattre
strijden, vechten tegen
débattre
debatteren
se débattre
zich verzetten
conclure
besluiten
exclure
uitsluiten
inclure
insluiten
accueillir
ontvangen
cueillir
plukken
recueillir
opvangen
émouvoir
ontroeren
(se) mouvoir
(zich) bewegen
promouvoir
promoten, bevorderen
falloir
moeten
s’enfuir
wegvluchten
fuir
vluchten
haïr
haten
déplaire
niet bevallen, aanstaan
plaire
behagen, aanstaan