Demain
Morgen
En ce moment
Op dit moment, nu
À bientôt
Tot gauw
Pendant
Tijdens, gedurende
Ça tombe bien
Dat komt goed uit
Désolé(e)
Sorry, het spijt me
Penser
Denken
Donc
Dus
Quelque chose
Iets
Quelqu’un
Iemand
La cheville
De enkel
Le pied
De voet
Sauver
Redden
Grâce à
Dankzij
Ça fait mal
Dat doet zeer
Derrière
Achter
Rien
Niets
Oublier
Vergeten
Avoir envie de
Zin hebben om te
Savoir
Weten, (aan)geleerd hebben
Morgen
Demain
Tot gauw
À bientôt
Tijdens, gedurende
Pendant
Dus
Donc