H8: Loopbaanmanagement Flashcards

(27 cards)

1
Q

Wat is het concept van loopbaanmanagement?

A

Een systematisch proces dat zowel loopbaanplanning als loopbaanontwikkeling bevat

= geheel activiteiten om max potentieel in WN te ontwikkelen, rekening met kenmerken indiv & kenmerken organisatie & kenmerken omgeving.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat is Manpower planning/ HR planning/ personeelsplanning?

A

= Verwijst naar kwal en kwan behoefte aan mankracht ten gevolge van productieomstandigheden. Beantwoord hoeveel mensen een organisatie, in welk categorie en niveau er op dat moment nodig zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat zijn de kenmerken van loopbaanmanagement?

A

Activiteiten om max potentieel in WN te ontwikkelen, rekening houdend met:
* Kenmerken individu
* Kenmerken organisatie
* Kenmerken omgeving

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat betekent manpower planning?

A

Verwijst naar kwal en kwan behoefte aan mankracht ten gevolge van productieomstandigheden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Definieer ‘loopbaan’.

A

Opeenvolging professionele posities in richting van functie met verantwoordelijkheden, salaris en/of gezag

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat zijn de 6 elementen van een hedendaagse loopbaan?

A
  1. Attitudes
  2. gedragingen
  3. werkgerelateerde activiteiten
  4. ervaringen
  5. levenscyclus
  6. psychologisch succes
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is psychologisch succes?

A

Bepaald door het individu zelf

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat zijn de fasen van een loopbaan?

A

0-20: verkennen
20-26: vestigen
26-45: vooruitkomen
45-60: handhaven
60-65: terugtreden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat betekent ‘plateauing’ in loopbaanontwikkeling?

A

Weinig mensen op piek, velen weinig carrièremogelijkheden door het vlakker worden van de organisatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat zijn de 4 analyseeenheden in loopbaanmobiliteit?

A
  1. Beroep
  2. organisatie
  3. job
  4. rol
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Noem de 6 rollen die individuen kunnen vervullen in hun loopbaan.

A
  • Maker
  • Expert
  • Presentator
  • Adviseur
  • Bestuurder
  • Inspirator
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is een kaleidoscopische loopbaan?

A

Individuen kunnen hun loopbaan anders vormgeven door bepaalde aspecten meer te benadrukken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat is een proteïsche loopbaan?

A

Verwijst naar attitude en oriëntatie van de individu in hun loopbaan

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Vul in: ‘Loopbaanplanning omvat _______ en _______’.

A

Zelfexploratie en zelfplanning

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat zijn de 3 competenties die nodig zijn in de nieuwe loopbaan?

A
  • Knowing how
  • Knowing why
  • Knowing whom
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat zijn loopbaanankers?

A

Geheel zelfpercepties over persoonlijke behoeften, motieven, talenten, waarden en attitudes

  1. = breed
  2. Integreert motieven, waarden en bekwaamheden in zelfbeeld.
  3. Wisselwerking m,w,b in zelfbeeld.
  4. Loopbaanankers vanaf ervaringsjaren.
  5. Zekere stabiliteit, maar kan veranderen.
17
Q

Noem de 8 loopbaanankers.

A
  • Autonomie en onafhankelijkheid
  • Creativiteit
  • Zekerheid en stabiliteit
  • Technisch-functionele deskundigheid
  • Algemeen management
  • Dienstverlening
  • Uitdaging
  • Levensstijl
18
Q

Wat is het verschil tussen prestatiebeoordeling en potentieelbeoordeling?

A

Prestatiebeoordeling kijkt naar het verleden, terwijl potentieelbeoordeling kijkt naar de toekomst

19
Q

Wat is het doel van successieplanning?

A

Strategieën om leden na verloop van tijd te vervangen en hen te selecteren en opleiden

20
Q

Wat zijn de fases van socialisatie in loopbaanontwikkeling?

A
  • Fase 1: Socialisatie (onboarding)
  • Fase 2: Schockeffect
  • Fase 3: Comfort in functie
21
Q

Wat zijn de gevaren van een carrièreboobytrap?

A

Negatieve stress door negatieve leerervaringen of te grote uitdagingen

22
Q

Wat betekent ‘mentoring’ in loopbaanontwikkeling?

A

Een personeelslid coacht een minder ervaren personeelslid

23
Q

Wat zijn de 3 rollen van een mentor?

A
  • Minder ervaren ondersteunen
  • Prestaties verbeteren
  • Carrière verhelpen
24
Q

Geef de trends van loopbaanmanagement.

A
  1. Geldt de nieuwe loopbaan voor iedereen?
  2. Dual carreers
  3. Quarterlife en midlife crisis
  4. Duurzame loopbanen
25
Wat zijn de 4 types relaties tussen werk en gezin?
* Onafhankelijke relatie * Conflicterende relatie * Instrumentele relatie * Compenserende relatie
26
Wat is de quarterlife crisis?
Een crisis door hogere scholingsgraad en langere verkenningsfase met veel opties
27
Definieer duurzame loopbanen.
Ontwikkeling die aansluit op behoeften van het heden zonder toekomstige ontwikkeling in gevaar te brengen